Het kwetsbare wonder van de Bovenkerkerpolder
Midden in het boerenland van Amstelland voltrekt zich iets bijzonders. Iets kleins, kwetsbaars en tegelijkertijd hoopvols.
De argusvlinder, een vlindersoort die in grote delen van Nederland sterk is achteruitgegaan, blijkt zich in de Bovenkerkerpolder opvallend goed te handhaven.
Tijdens één wandeling van anderhalve kilometer telde natuurkenner Aad van Paassen maar liefst 141 exemplaren.
Dat is een bijzonder aantal voor een vlinder die op zoveel andere plekken vrijwel verdwenen is.
Ik ging met Aad op pad om te ontdekken waarom juist hier nog zoveel argusvlinders leven. Het werd een wandeling die me opnieuw liet zien hoe belangrijk kleine details in het landschap kunnen zijn.
Een vlinder die langzaam uit ons landschap verdwijnt
De argusvlinder was ooit een vertrouwde verschijning in Nederlandse graslanden. Een bescheiden bruine vlinder, met warme oranje vleugels en opvallende oogvlekken.
Wie hem niet kent, loopt er gemakkelijk aan voorbij.
Maar zijn aanwezigheid is minder vanzelfsprekend geworden.
Sinds de jaren negentig is de argusvlinder in Nederland sterk achteruitgegaan. In grote delen van het land is hij nauwelijks nog te vinden.
Veranderingen in het landschap, intensiever landgebruik en het verdwijnen van geschikte leefgebieden spelen daarbij een rol.
Juist daarom zijn plekken waar deze vlinder nog in grotere aantallen voorkomt zo waardevol.
De Bovenkerkerpolder is zo'n plek.
Het zit in de kleinste dingen
Tijdens onze wandeling wees Aad me op allerlei plekken die ik waarschijnlijk zelf nauwelijks had opgemerkt.
Een bloemrijke perceelrand. Een dam. Een hek. Een bruggetje. Een stukje gras dat na het maaien is blijven staan.
Op het eerste gezicht alledaagse onderdelen van het boerenland.
Maar voor de argusvlinder kunnen ze van grote betekenis zijn.
De volwassen vlinders hebben bloemen nodig om nectar te vinden. Hun rupsen leven van grassen. En voor hun ontwikkeling zijn beschutte, zonnige plekken met geschikte begroeiing belangrijk.
Een oude graspol, een luwe plek naast een dam of de overgang tussen kort en langer gras kan precies de omstandigheden bieden die een vlinder nodig heeft.
Het gaat dus niet alleen om méér bloemen, maar om variatie.
Niet overal tegelijk maaien. Niet alles opruimen. Soms juist iets laten staan.
Dat vond ik misschien wel de mooiste ontdekking van deze wandeling: dat natuurherstel niet altijd vraagt om grote veranderingen, maar soms begint bij het herkennen van wat er al is.
Boerenland waar ook ruimte is voor natuur
Wat dit verhaal voor mij extra bijzonder maakt, is dat we hier niet door een afgesloten natuurreservaat lopen.
We staan midden op boerenland.
Land waar koeien grazen, gras wordt gewonnen en boeren hun bedrijf moeten kunnen voortzetten.
Bij Boeren van Amstel werken we al langer aan het versterken van de biodiversiteit. Onder andere door kruidenrijke stroken langs sloten en perceelranden aan te leggen, en samen met natuurorganisaties te kijken hoe het beheer verder kan worden verbeterd.
Boer Remco van Blaaderen is een van de boeren die zich daarvoor inzetten.
Dat vraagt soms extra werk en andere keuzes. En het betekent niet dat iedere vierkante meter voortaan volledig aan de natuur moet worden overgelaten.
Juist die afweging vind ik interessant.
Niet alles natuur. Niet alles productie.
Maar samen zoeken naar de plekken waar ruimte ontstaat voor allebei.
En soms blijkt zo'n kleine aanpassing van grote waarde voor een soort die het elders moeilijk heeft.
141 vlinders: een bijzonder resultaat, maar geen eindpunt
Het aantal van 141 argusvlinders tijdens één telronde spreekt tot de verbeelding.
Toen ik ervan hoorde, was ik oprecht verrast.
We praten veel over de achteruitgang van biodiversiteit. Over soorten die verdwijnen, leefgebieden die verschralen en de enorme opgave die voor ons ligt.
En dan hoor je ineens dat er op een relatief klein stuk boerenland zoveel exemplaren van een kwetsbare vlindersoort worden geteld.
Dat geeft hoop.
Tegelijkertijd moeten we voorzichtig zijn met conclusies.
Eén bijzondere telling betekent niet dat het herstel van een soort is veiliggesteld. Daarvoor moeten we blijven volgen hoe de populatie zich ontwikkelt en welke omstandigheden daarvoor bepalend zijn.
Bovendien is de argusvlinder afhankelijk van verschillende onderdelen van zijn leefgebied, die op het juiste moment beschikbaar moeten zijn.
Bloemen om voedsel te vinden. Grassen voor de rupsen. Warme, beschutte plekken om zich te ontwikkelen.
Het succes lijkt niet in één maatregel te zitten, maar in de samenhang.
En precies dat maakt het zo interessant om verder te onderzoeken.
Natuurherstel is ook leren kijken
Wat ik steeds meer ontdek in mijn werk, is dat natuurherstel niet alleen draait om hectares, maatregelen en budgetten.
Het begint ook met aandacht.
Met iemand als Aad, die jarenlang het landschap observeert, soorten telt en veranderingen opmerkt die anderen misschien ontgaan.
Met boeren die bereid zijn hun beheer aan te passen.
En met natuurorganisaties die kennis en ervaring inbrengen om te begrijpen wat werkt en wat beter kan.
Tijdens onze wandeling merkte ik opnieuw hoe anders je naar een vertrouwde omgeving gaat kijken wanneer iemand je laat zien wat er daadwerkelijk leeft.
Een oude graspol is dan niet zomaar een stukje onverzorgd land.
Een dam is niet alleen een verbinding tussen twee percelen.
En een bloemrijke rand is meer dan een mooie strook kleur in het landschap.
Het zijn onderdelen van een leefgebied.
Eetbaar, meetbaar en vooral beleefbaar
Met mijn projecten probeer ik natuurherstel steeds nadrukkelijker te verbinden aan drie uitgangspunten.
Eetbaar, omdat onze dagelijkse voedselproductie verbonden is met het landschap en de boeren die het beheren.
Meetbaar, omdat we moeten kunnen volgen wat maatregelen opleveren en hoe planten- en diersoorten zich ontwikkelen.
Beleefbaar, omdat je pas werkelijk betrokken raakt wanneer je zelf ontdekt wat er gebeurt.
Deze wandeling met Aad bracht die drie werelden voor mij mooi samen.
We stonden op het land van boeren die voedsel produceren. We spraken over tellingen en ecologische waarnemingen. En we zagen met eigen ogen hoe waardevol ogenschijnlijk gewone plekken kunnen zijn.
Ik denk dat daar een belangrijke kans ligt.
Wanneer we bewoners en bedrijven laten zien wat er vlak bij hun eigen woon- en werkomgeving gebeurt, wordt natuurherstel veel concreter.
Niet als een abstract maatschappelijk vraagstuk, maar als iets waar je bij betrokken kunt raken.
De kwetsbaarheid maakt het waardevol
Ik zou graag willen dat we dit soort plekken meer gaan waarderen.
Niet omdat de Bovenkerkerpolder ineens een ongerept natuurgebied is geworden. Dat is het niet.
Het blijft een agrarisch landschap, met alle belangen en uitdagingen die daarbij horen.
Maar juist daarom vind ik de aanwezigheid van zoveel argusvlinders bijzonder.
Het laat zien dat er mogelijkheden zijn om voedselproductie en natuurwaarden dichter bij elkaar te brengen.
Door kennis te delen. Door samen te werken. Door te blijven kijken wat werkt.
En door soms iets heel eenvoudigs te doen: een stukje gras laten staan.
Misschien is dat de belangrijkste gedachte die ik van deze wandeling heb meegenomen.
De natuur vraagt niet overal om meer ruimte. Soms vraagt ze vooral om de juiste ruimte, op het juiste moment.
En om mensen die begrijpen waarom die ruimte zo belangrijk is.
Voor de bijbehorende video gingen we samen met Aad van Paassen op zoek naar de argusvlinder en de bijzondere omstandigheden die deze vlinder in de Bovenkerkerpolder nog een thuis bieden.
Met dank aan Aad van Paassen, Remco van Blaaderen, IVN Amstelveen, De Vlinderstichting, Agrarisch Collectief Noord-Holland Zuid en alle betrokken boeren en natuurorganisaties.






